Loop je de kennisbank van een willekeurig isolatiebedrijf door, dan kom je al snel PIR platen tegen als aanbevolen materiaal voor dak, vloer of muur. Dat is geen toeval: PIR isoleert beter dan de meeste andere platen, en dat bij een geringere dikte. Hieronder lees je wanneer die meerprijs terecht is, en wanneer een goedkoper materiaal net zo goed volstaat.
PIR staat voor polyisocyanuraat, een hard isolatieschuim met een gesloten celstructuur. De meeste isolatieplaten hebben aan beide kanten een aluminium cachering, een dampdichte laag die vocht tegenhoudt.
Daardoor zijn PIR isolatieplaten geschikt voor zowel droge als vochtige toepassingen, van een schuin dak tot een badkamerwand. Sommige varianten zijn al voorzien van een afwerklaag, zoals gips of OSB, waardoor je isoleren en afwerken in één klus combineert.
PIR heeft een lambdawaarde van ongeveer 0,022 W/mK, een van de laagste van alle gangbare isolatiematerialen. Concreet betekent dit dat je met 9 centimeter PIR al een Rd-waarde van 3,5 haalt, de drempel voor de ISDE-subsidie. Met glaswol heb je voor diezelfde waarde ongeveer 14 centimeter nodig.
Voor toepassingen waar de ruimte beperkt is, zoals het naisoleren van een bestaand dak, is dat verschil vaak doorslaggevend.
De prijs van PIR isolatieplaten hangt sterk af van de dikte: een dunne plaat van 4 centimeter begint rond de 10 euro per m2, terwijl dikkere platen van 10 tot 14 centimeter richting de 25 euro per m2 gaan, exclusief plaatsing.
Daarmee is PIR duurder dan bijvoorbeeld EPS of glaswol per m2 materiaal, maar het verschil wordt kleiner zodra je de besparing op afwerkmateriaal en arbeidstijd meerekent, omdat je met een dunnere plaat toch dezelfde isolatiewaarde haalt.
PIR isolatieplaten worden het meest gebruikt voor platte en hellende daken, vloeren en spouwmuren. Voor platte daken bestaan er speciale platen met een bitumen toplaag die goed aansluit op de dakbedekking.
Voor spouwmuren zijn er varianten met een tand-en-groefsysteem, zodat de platen naadloos op elkaar aansluiten en koudebruggen worden voorkomen. Alleen bij toepassingen met direct grondcontact is PIR minder geschikt, daar is een vochtbestendiger materiaal zoals XPS een betere keuze.
PIR-dakisolatie kost gemiddeld €30 tot €55 per m2 inclusief plaatsing. Voor een plat dak van 40 m2 kom je daarmee uit op een investering tussen de €1.200 en €2.200.
Voldoet de isolatie aan de minimale Rd-waarde van 3,5? Dan levert de ISDE-regeling voor dakisolatie 40 keer €16,25 subsidie op, oftewel €650. Daarmee daalt de nettoinvestering naar ergens tussen de €550 en €1.550, afhankelijk van de gekozen dikte en het type PIR-plaat.
Weegt de meerprijs van PIR op tegen glaswol of EPS?
Voor de meeste woningen is PIR de moeite waard zodra ruimte een beperkende factor is, bijvoorbeeld bij het naisoleren van een bestaand dak waar je de dakrand niet wilt ophogen. Heb je juist volop ruimte, dan is glaswol of EPS vaak goedkoper voor dezelfde isolatiewaarde.
Twijfel je tussen PIR en goedkopere opties, dan helpt een overzicht van alle isolatiematerialen je verder om de juiste afweging te maken voor jouw situatie. Vraag in elk geval een offerte aan bij een erkend isolatiebedrijf, dat kan op basis van je dakconstructie of kruipruimte het beste advies geven.
Nee, al lijken de namen op elkaar. PUR is polyurethaanschuim en wordt vaak gespoten, terwijl PIR een steviger, chemisch verbeterde variant is die alleen in platen wordt geleverd en iets beter isoleert per centimeter.
Bij eenvoudige toepassingen zoals een zoldervloer is dat goed te doen. Bij een dak of spouwmuur is vakwerk aan te raden om koudebruggen en vochtproblemen te voorkomen.
Ja, dankzij de aluminium cachering nemen PIR platen nauwelijks vocht op. Bij direct contact met de grond is een ander materiaal, zoals XPS, wel de veiligere keuze.
Ja, zolang de toepassing en Rd-waarde voldoen aan de ISDE-voorwaarden. Voor dakisolatie met PIR geldt bijvoorbeeld hetzelfde subsidiebedrag als voor andere goedgekeurde materialen.