Dak, vloer of spouwmuur isoleren kan met tientallen verschillende materialen, van glaswol tot PIR-platen, en de juiste keuze hangt af van meer dan alleen de prijs. Hieronder staan de belangrijkste opties naast elkaar op isolatiewaarde, prijs en toepassing, zodat de keuze niet op goed geluk hoeft.
De belangrijkste factor is de Rd-waarde: hoe hoger, hoe beter het materiaal warmte tegenhoudt. Daarnaast spelen vochtbestendigheid, prijs en milieu-impact een rol.
Isoleer je een vochtige kruipruimte, dan is een vochtbestendig materiaal belangrijker dan de laagste prijs per m2. Isoleer je juist een droge zolder, dan kun je eerder voor een goedkopere optie kiezen zonder concessies te doen aan comfort.
Bij een dikte van 14 centimeter haalt PIR een Rd-waarde van 6,35, ruim boven wat de meeste andere materialen bij diezelfde dikte bereiken. Glaswol komt bij dezelfde dikte uit op een Rd van 4,35, en vlaswol op 3,38.
EPS-platen isoleren iets minder goed per centimeter dan glaswol, maar zijn wel lichter en goedkoper. PUR-schuim wordt gespoten in plaats van in platen geleverd en vult daardoor ook kieren en oneffenheden volledig op, wat het geschikt maakt voor onregelmatige constructies.
Materiaalkosten lopen flink uiteen: glaswol van 14 centimeter kost ongeveer 13 euro per m2, terwijl PIR-isolatieplaten van dezelfde dikte richting de 25 euro per m2 gaan. Vlaswol en houtvezel, twee biobased opties, zitten daar met 20 tot 23 euro per m2 tussenin.
Reken bij glaswol en vergelijkbare zachte materialen ook de kosten van een dampremmende folie mee, want die heb je bij PIR meestal niet nodig omdat de platen al een dampdichte laag hebben.
Drie begrippen duiken steeds op bij isolatiemateriaal: de lambdawaarde, de Rd-waarde en de Rc-waarde. De lambdawaarde zegt iets over hoe goed het materiaal zelf isoleert, los van de dikte. De Rd-waarde is de isolatiewaarde van een specifieke laag materiaal, berekend uit de dikte gedeeld door de lambdawaarde.
De Rc-waarde telt vervolgens de isolatiewaarde van de hele constructie op, inclusief de bestaande muur, vloer of dak. Voor de ISDE-subsidie moet isolatie meestal een Rd-waarde van minimaal 3,5 halen, met uitzondering van spouwmuurisolatie, waar 1,1 al voldoende is.
Isoleer je een zolder van 20 m2 met een isolatiedikte van 14 centimeter, dan betaal je aan materiaal ongeveer €258,60 voor glaswol met een Rd van 4,35, €490,80 voor PIR met een Rd van 6,35 en €458,80 voor vlaswol met een Rd van 3,38. Voor 16 centimeter houtvezel, met een Rd van 4,40, betaal je ongeveer €402,40.
Reken je de prijs per eenheid isolatiewaarde uit, dan is glaswol bij deze dikte de goedkoopste optie per Rd-punt, gevolgd door PIR. Vlaswol en houtvezel zijn duurder per Rd-punt, maar wegen dat voor sommige huiseigenaren goed met een lagere milieu-impact. Bij weinig ruimte verandert het plaatje overigens snel in het voordeel van PIR, omdat je dan met een veel dunnere plaat dezelfde isolatiewaarde haalt.
Voor een dak of vloer met weinig ruimte is PIR meestal de beste keuze dankzij de hoge isolatiewaarde per centimeter. Heb je juist volop ruimte, zoals op een zolder, dan is glaswol of EPS vaak voordeliger zonder dat je inlevert op comfort. Voor spouwmuren wordt vaak gekozen voor inblaasmateriaal zoals glaswolvlokken of PIR-korrels, aangebracht door een gespecialiseerd bedrijf.
Twijfel je nog? Een erkend isolatiebedrijf kan op basis van je woning en budget de beste combinatie van materialen adviseren, bijvoorbeeld voor vloerisolatie of dakisolatie.
Niet per se. Een duurder materiaal zoals PIR isoleert beter per centimeter, maar als je genoeg ruimte hebt, haalt een goedkoper materiaal in een dikkere laag dezelfde isolatiewaarde.
Biobased materialen zoals houtvezel en vlaswol scoren over het algemeen beter op milieu-impact dan materialen op basis van aardolie, zoals PIR en PUR.
Ja, dat gebeurt vaak. Denk aan PIR voor de hoofdisolatie met een laag minerale wol eromheen voor extra geluidsisolatie.
Hoe hoger de Rd-waarde, hoe beter het materiaal warmteverlies tegenhoudt. Voor de meeste ISDE-subsidies is een minimale Rd-waarde van 3,5 vereist.